FOLKERT DE JONG

 

Folkert de Jong is best known for his theatrical, narrative tableaux that address themes of war, greed and power. “When I watch the news or follow the world by the media,” de Jong stated in conversation with critic Steven Cox in 2013, “I can’t believe what I am hearing and seeing, it seems like a déjà vu, something is repeating itself.” A sense of tragedy and absurdity, a comically desperate psychological state, permeates his work, particularly through the sculptural material for which de Jong became known: industrial Styrofoam and Polyurethane insulation foams. Harsh and rough with heightened expressive power in material and theme, de Jong’s figures embody a grotesque horror and macabre humor reminiscent of the work of the 20th century European artists Georges Grosz and James Ensor. As critic Gregory Volk has remarked, de Jong’s sculptures “communicate a range of emotions, or really complex states of being; stalwart purpose, mania, fanaticism, humor, malevolence, sadness, delusion, introspection, and even tenderness occur simultaneously. You surmise, and the title certainly tips you off, that there is something sinister and dangerous about this goofy parade, but then again you can't dismiss these figures as mere symbols; they are too psychologically complex, too close to the bone.” In the decade since, he has been an influential force for a new generation of artists.

 

 

Mutanten, zombies, monsters, maniakken, schedels, geweren, skeletten: het universum van Folkert de Jong (Alkmaar, 1972) is duister, morbide en absurdistisch. In de sculpturen die hij maakt, verwijst hij zowel naar de geschiedenis en beeldhouwkundige traditie als naar thema’s uit de popcultuur zoals horror, stripverhalen en fantasy. In tegenstelling tot klassieke materialen als brons en marmer werkt De Jong met alledaagse materialen als styrofoam en purschuim. Materialen die eveneens bepalend zijn voor De Jongs kenmerkende kleurgebruik: babyblauw, de kleur van styrofoam, en vuil geel, de kleur van purschuim.
De Jong raakt tijdens zijn residentie aan de Rijksakademie van beeldende kunsten in Amsterdam gefascineerd door “mensen die totaal door het lint gaan”. Hij is gebiologeerd door het werk van Paul McCarthy en Mike Kelley en kijkt veel naar films over psychopaten: “Ik dacht na over hoe een mens zo ver kon gaan in zijn fantasieën dat de werkelijkheid en fictie gaan overlappen.” 

Aanvankelijk maakt De Jong wat je ‘omgevingen’ zou kunnen noemen: opstellingen van sculpturen die een wereld vormen waar je als bezoeker doorheen kunt dwalen. Een voorbeeld daarvan is The Ilemauzer (2000) – de titel is afgeleid van een personage uit een zeventiende-eeuws verhaal over heksenjacht – een project gerealiseerd in de Vleeshal in Middelburg.

In 2001 toont De Jong in het Stedelijk Museum Bureau Amsterdam (SMBA) The Iceman Cometh. Vanaf dat moment legt hij zich meer toe op de klassieke sculpturale benadering, waarbij je veeleer toeschouwer bent van het werk, in plaats van je erin te begeven en er onderdeel vanuit te maken.
De Jong wil zijn publiek zowel verleiden als confronteren; naast het grimmige en duistere karakter van zijn werk is er ook veel humor en satire in verwerkt. Het zijn bizarre, avontuurlijke beeldengroepen waarin hij regisseur is en de gevoelens van zijn publiek bespeelt.

De Jong studeerde aan de Gerrit Rietveld Academie (1994-1996) en aan de Rijksakademie van beeldende kunsten (1998-2000), beide in Amsterdam. In 2003 won hij de Prix de Rome. Werk van De Jong was te zien in onder meer Peres Projects (Los Angeles), Upstream Gallery (Amsterdam), Galerie Fons Welters (Amsterdam), de Vleeshal (Middelburg) en SMBA (Amsterdam).